1976

Volkskrantjournalist Han van Gessel is niet zo’n spelletjesmens maar voor een spelletje mahjong maakt hij graag een uitzondering. Over zijn liefde voor het Spel van duizend wonderen bericht hij in De Volkskrant van ?? december 1976, in zijn rubriek Onder de lamp.

spel1000wonderen

“Voor een spelletjesmens moet je in de wieg gelegd zijn. Daar moet je van houden, van dat eindeloze gedoe en gemier onder de grote lamp. Normaal gesproken ben ik niet zo’n type. Bovendien heb je er altijd van die heikneuters bij die niet tegen hun verlies kunnen en dan staat de afloop al bij voorbaat vast: een hoop gedonder om niks, kwaaie gezichten en flink klapperen met de deuren. Waar is ’t allemaal goed voor. Er is al genoeg ellende in de huiskamer.”

Zullen we beginnen?

“Maar voor een potje Mah-jongg kunnen ze me altijd krijgen. In de Amsterdamse Binnen Bantammerstraat schijnen de Chinezen ’t zelf met het pistool op tafel te spelen, dan begrijp je wel dat de stukken ervan af kunnen vliegen. Een schitterend spel. Komt regelrecht uit China en is al duizenden jaren oud.”

FotoSpel1000wonderen

De foto bij het artikel van Han van Gessel laat een vreemde opstelling zien: muren die diagonaal op de mahjongstokken staan.

Jij moet gooien.

“De naam alleen al moet je op het puntje van je tong proeven: “Mah-jongg”. Of je een exquis Pekinees hapje krijgt toegediend. Betekent letterlijk “Mussenspel”, omdat het spel alle kanten uit hipt. Als je denkt dat je aan de beurt bent, schiet er plotseling een ander voor. Die Chinezen weten wel hoe ze er een vrolijke boel van kunnen maken.”

Wie heeft ’t hoogste? Dan ben jij Oostenwind.

“In het boekje staat het zo mooi omschreven: “Opgekomen uit de nevelen der grijze oudheid en door de eeuwen heen geëvolueerd en verrijkt met zinvolle ceremoniën en mysterieuze symboliek, voortbrengsel van een cultuur, geadeld door z’n geboorte uit een dageraad van eeuwen, is het Chinese Mah-jongg-spel geworden tot wat men thans met recht mag noemen het Spel der Duizend Wonderen”. Wie heeft daarvan terug?”

De muur staat. Gooien maar waar die geopend moet worden.

“Mah-jongg is volkssport nummer één in China. Vandaar natuurlijk ook die Chinese Muur waarop het spel is gebaseerd. Typisch Chinees, altijd leuk voor de export. Dat bouwen van de muur is trouwens wel een vak apart. Je hebt er wel eens klungels bij die verschrikkelijk langzaam steentje voor steentje tegen hun stok plaatsen. Niet om aan te zien. De beste manier is eigenlijk drie of vier stenen naar je toe te halen en ze in één vloeiende beweging in de muur te metselen.”

Er kan gedeeld worden.

“Het moment waarop je je dertien stenen op je stoel zet, is altijd weer een wonder van spanning en sensatie. Wat voor puinhoop krijgen we nou weer? Dat gevoel moet er ook door bridgers heengaan, als ze hun kaarten van tafel pakken. Je blijft hopen op Alles, maar meestal is het Niets. Je gunt je nauwelijks de tijd om de stenen goed bij elkaar te zetten. Eerst weten: is het onbereikbare bereikt, het ongelooflijke geschied? Je kijkt de anderen even opzij aan. Zouden zij weet hebben van de rampspoed die boven hun hoofd hangt?”

Jij komt uit.

“De stenen zijn prachtig om naar te kijken. Met de hand zijn de Chinese tekens ingegraveerd in stukjes ivoor, die zijn bevestigd op een bamboe-achterkant. Tenminste als je een traditioneel spel hebt, want tegenwoordig zijn er ook spelen met plastic stenen in de handel. Daar ruik je de commercie aan af. De mooiste steen vind ik één kring. Daarop staat een paradijselijk gekleurde cirkel afgebeeld, van oudsher in China het symbool van heel het kosmisch gebeuren dat geregeld wordt door de samenwerking van het Yang en het Yin.

Acht bamboe.

“Het hele spel zit trouwens vol met Chinese symboliek. De bamboe is het symbool van het leven dat uit de samenwerking van het Yang en het Yin voortspruit. De teken-stenen duiden op de eindeloze schakering van voorkomende levensvormen. De draken in het spel (witte, groene en rode) zijn het symbool van het geluk: zij slaan de brug tussen hemel en aarde en werken mee aan de wisselwerking in de natuur. En de vier winden (oost, zuid, west, noord) vormen met de vier seizoenen het symbool van de voortdurend aardse kringloop van het Yang en het Yin. Zo pik je en passant nog wat cultuur mee ook.”

Pung!

“De schoonheid van het spel zit niet alleen in de vorm van de stenen (ik had een oom die vroeger elke keer zijn zéér authentieke spel in een diepe kast wegborg, de kinderen mochten eens een steen zoek maken). Het spelen zelf is een feest. Er zijn ontelbare combinaties mogelijk, de een nog vindingrijker dan de ander. De Chinezen hebben daar ook hele mooie benamingen voor: De Negen Poorten, De Dertien Wezen, De Zeven Tweelingen. Om nog maar te zwijgen van Het Spel van de Hemel of De Verborgen Schat.”

Groene draak.

“De kunst is het spel uit te maken met combinaties die zoveel mogelijk punten opleveren. Dat is dus voortdurend je kop er bij houden. Kijken wat er weggelegd wordt en snel switchen als blijkt dat je rommel op je stok overhoudt. Geen spel voor mensen die er theekransje van willen maken. Tijd voor een Goed Gesprek is er altijd wel te vinden, er wordt nu gespééld.”

Mah-jongg!

“Het spel is uit. Weer terug in Hollandse sferen. Nakaarten. Als-ja-dit-dan-had-ik-dat. Wordt er wel goed geteld. De winnaar bekijkt met een triomfantelijke blik zijn kostbaar bezit dat hij op tafel heeft tentoongesteld. De anderen zoeken een uitvlucht om hun schande te ontlopen. Wie wil er nog wat drinken? Tenslotte worden de stenen weer met snelle bewegingen op een hoop gegooid. Zand erover.”

Zullen we nog een potje?

“Mah-jongg heeft eigenlijk maar één nadeel: je raakt eraan verslaafd. Je kunt er uren mee doorgaan tot alle windrichtingen een beurt hebben gehad. Het laat je niet los. ’s Nachts in je dromen lig je nog met de mooiste combinaties van kringen, winden en draken in een flonkerende reeks bij elkaar te harken. De Chinezen zeiden het al: Mah-jongg houdt boer en Mandarijn gevangen in de betoverende ban van zijn magische bekoring.”

“Een aantal jaren geleden was ik in Londen. Ik liep door de Antique Hypermarket aan de Kensington High Street en opeens werd mijn oog getrokken door de aanblik van een zeldzaam mooi Mah-jongg-spel. Ik stond er een tijdje bewonderend naar te kijken tot iemand van de zaak naar me toe kwam en zei: Je hebt er kennelijk verstand van, wil jij even kijken of alle stenen er zijn? Er ontbraken er drie. Ik kon het spel meekrijgen voor twintig gulden, maar ik liet het liggen, omdat er alleen Chinese en geen extra westerse aanduidingen op de stenen stonden. Ik heb het mezelf nooit vergeven.”