Bij Eberhardt verschijnt
een zeer uitgebreide en
fraaie mahjongbijbel

De mahjongspelers van de jaren '50 wilden wel eens weten waar al die gebruiken en symbolen uit het mahjongspel vandaan kwamen. De firma Eberhardt kwam in 1955 met de antwoorden in een uitgebreide editie van haar befaamde spelregelboekje. Het werd een klassieker.

Op het voorblad fladdert opnieuw de
vleermuis, nu tegen een prachtig
gekleurde achtergrond; een stencil-
technisch hoogstandje.
Het boek bevat niet alleen de spelregels, maar ook: 'uitgebreide verhandeling betreffende de oorsprong en historie, achtergrond en betekenis van het nationale spel van China'. Als auteur wordt vermeld: John Lightfeldt. Zo'n uitgebreid boek is in Nederland nog nooit verschenen. De schrijver zegt in zijn Woord Vooraf, dat dit is 'te danken aan een jarenlange veelzijdige spelervaring met Chinezen, gepaard met een grondige studie aangaande dit onderwerp'.
Meteen daarop begint John Lightfeldt zijn boek met de fraaiste volzin die ooit over mahjong werd geschreven:
Mahjong, wat het is, oorsprong en historie. Opgekomen uit de nevelen der grijze oudheid, en door de eeuwen heen geëvolueerd en verrijkt met zinvolle ceremoniën en mysterieuse symboliek, voortbrengsel an een cultuur, geadeld door z'n geboorte uit een dageraad van eeuwen, is het Chinese Mah-jongg-spel geworden tot wat men thans met recht mag noemen het 'spel der duizend wonderen".
|


Het stencilwerk is van top-niveau. De mahjongstenen zijn afgebeeld tegen
een gele achtergrond.
De symboliek van het mahjong, legenden, Chinese benamingen en uitdrukkingen, de strategie en taktiek van het spel en afwijkende speelwijzen komen alle ter sprake. Het boek telt maar liefst 88 pagina's.
Vogel eet cake
Op pagina 28 wordt een unieke combinatie geïntroduceerd: Vogel Pe-ling eet cake. Het gaat om een sluitpaar, waarbij bamboe-1 (de vogel) wordt gecompleteerd met kringen-1 (de cake). Waarom zoiets vreemds mag, legt Lightfeldt uit in een vermakelijke legende. Nergens ter wereld komt dit merkwaardige sluitpaar voor, alleen sindsdien in Nederland. Het maakt tegenwoordig deel uit van de officiéle Nederlandse toernooiregels.

John, de zoon van Jan Eberhardt, bezit nog het mahjongspel waarnaar zijn
vader de illustraties in zijn befaamde boekje maakte. Het is in de loop der
tijden van wit in geel veranderd.
Herinneringen aan Lightfeldt
John Eberhardt bewaart warme herinneringen aan het talent van zijn vader, Jan Eberhardt (1916-1997). Hij bezit nog het spel dat als model diende voor de tekeningen in diens befaamde boekjes. Het donkergele van nu was ooit prachtig roomwit. Zoon John vertelt:
‘Mijn vader heeft dat boekje gemaakt onder het pseudoniem John Lightfeldt. Hij vond het wel een leuke opdracht, want hij is altijd gefascineerd geweest door China en de Chinezen. Wij hadden ook veel Chinese vrienden thuis. Die zijn uitvoerig door mijn vader bevraagd wat ze ervan wisten. Ook die vertalingen achter in het boekje zijn allemaal opgetekend uit de mond van onze Chinese huisvrienden of uit allerlei studieboekjes. Vader heeft zich er echt enorm in verdiept. Hij had een flinke rij boeken over China. Hij las graag en veel. Ik weet niet hoeveel tijd hij er voor nodig heeft gehad, waarschijnlijk te veel om financieel verantwoord te zijn, maar ja, zo vergaat het veel schrijvers.
Alles zelf gedaan
Mijn vader heeft niet alleen die boekjes geschreven, hij produceerde ze ook helemaal zelf in eigen beheer. Het uittypen alleen al was een heel werk. Om rechte kantlijnen te hebben moest je bij iedere regel tellen hoeveel letters je over had of tekort. En dan moest je bepalen waar je de woorden zou afbreken. Vader was musicus maar had ook een technische opleiding. Vandaar dat hij in dat boekje allerlei grafische technieken kon gebruiken, die hijzelf had uitgevonden: fotostencils met behulp van eigen oplosmiddelen door eigen chemie. Hij heeft deze stenen bijna één op één nagetekend, rechtstreeks in het stencil. Dat is buitengewoon knap gezien de beperkte middelen van die tijd.
Alles deed hij zelf: schrijven, tekenen, stencilen, de stencilmachine aansluiten op een elektromotortje. Die heb ik nog in mijn bezit. Er zijn eerst wat dunne proefedities verschenen, maar die voldeden toch niet zo aan de behoefte. Die waren ook stenciltechnisch van een veel mindere kwaliteit. Je kreeg de indruk dat de inktspatten tegen het plafond zaten. Het leek alsof het papier door een inktstorm had gedwarreld.
Meditatie vooraf
Vader hield zich graag bezig met grafische kunst. Dat bamboe op de draagtasjes van de firma Eberhardt heeft hij ontworpen. Dat is een soort logo geworden. Dan omringde hij zich dagenlang met bamboetekeningen uit China en die liet hij op zich inwerken. Daar ging hij als het ware bij mediteren, voordat hij zelf aan de gang ging. Hij had gelezen hoe Chinezen dat doen die de kalligrafie beoefenen. Die moeten eerst tot een volkomen stilte komen voordat het er in een paar penseelstreken staat. Zo is het met hem ook gegaan.
Als kind heb ik vaak bij het stencilen in de werkplaats gestaan. Dat was een schuur in de Pijp, achter het huis. Ik moest dan kartonnen velletjes tussen de stencils gooien, want de inkt droogde niet zo snel en zou anders gaan vlekken. Je moest dus dat tempo bijbenen, maar het was gezellig en het duurde nooit zo krankzinnig lang. Het eigenlijke drukken was maar een klein onderdeel van het hele productie proces. En het waren geen oplages van duizenden.
In zes kleuren
Toen vader de dikkere uitgave had geschreven, kon hij al veel meer met die stencilmachine en toen heeft hij een gestencilde omslag in zes kleuren gemaakt. Dat was niet makkelijk. Die velletjes goedkoop papier moesten dus zes keer door de machine en de rubberen geleiders wilden wel eens slippen. Als een kleur er één keer naast zat, kon je het papier weggooien. Het kostte echt veel pijn en moeite. Ja, weer een goeie! Die moest dan nog worden uitgeknipt en met gom recht op de omslag worden gezet.
Toen ik al wat ouder was, een jaar of tien, heb ik door afvalpapier en stenciltjes bij elkaar te rapen een compleet boekje weten te verzamelen. Een echt boekje zat er natuurlijk niet in, want die waren met veel moeite bij elkaar gestencild en dat was handelswaar. Tijdens het vergaren en zoeken naar ontbrekende bladzijden leerde je meteen wat erin stond. En het rook lekker naar inkt. Toen ik het boekje compleet had, heb ik mijn eerste mahjongspel gemaakt, wel niet zo mooi als het spel dat mijn vader als jongen had gemaakt, maar toen kon ik tenminste eindelijk het spel spelen.
Nooit met kinderen
Met zijn kinderen heeft vader nooit mahjong willen spelen. Niet een keer. Ook geen schaak trouwens, dat heb ik ook van anderen geleerd. Waarom niet, dat ben ik nooit te weten gekomen. Misschien dat kinderen niet interessant genoeg waren als tegenpartij. Of dat hij er echt helemaal op uit gekeken was. Ik weet het echt niet. Hij is wel altijd gefascineerd gebleven van de Chinese taal en cultuur.’ Aldus John Eberhardt.















